Spieratrofie uitgelicht

Gepost door: Susan Booijink op 25 april 2018

 

Spieratrofie is een spieraandoening waar we in de revalidatiesector helaas veel mee worden geconfronteerd. Hieronder wordt nader toegelicht wat het nu daadwerkelijk inhoudt, wat de oorzaken zijn en, zeker niet onbelangrijk, hoe het voorkomen kan worden.

Spieratrofie (atrophia musculorem) is een aandoening van de spieren waarbij de spieren dunner worden en er krachtsverlies optreedt1. Dit wordt helaas veel gezien in de revalidatie. Spieratrofie kan verschillende oorzaken hebben, zoals langdurig ziekenhuisverblijf, slechte voeding en neurologische aandoeningen. Spieratrofie zorgt ervoor dat de revalidant in een zogenaamde negatieve spiraal komt te zitten; de revalidant is vatbaarder voor verwondingen en spieratrofie zorgt voor een verergering van de onderliggende neurologische ziekte. Dit zorgt op hun beurt weer voor een nog uitdagender revalidatietraject.

Neurologische schade, zoals bij een beroerte het geval is, kan resulteren in een verstoord signaal tussen het brein en de spieren, wat dan weer resulteert in langdurige spierinactiviteit2. Dit moet beperkt worden, aangezien inactiviteit van de spieren een van de factoren is die spieratrofie faciliteert 1, 3. In de richtlijnen van de fysiotherapie staat genoteerd dat tijdens de (hyper)acute fase van de beroerte (0 tot 24 uur na de beroerte) gestreefd moet worden naar vroegtijdig geïnitieerde revalidatie, wanneer progressieve schade aan de hersenen en secundaire complicaties voorkomen kan worden4. Het is namelijk aannemelijk dat een zo vroeg mogelijke start van de revalidatie het functionele herstel versnelt en verbetert.

Een groot deel van de beroerte-patiënten zal moeilijkheden ervaren met hun aangedane ledemaat en zal vanzelfsprekend meer vertrouwen op hun niet aangedane ledemaat. Op de korte termijn resulteert dit natuurlijk in betere uitvoering van de ADL taken (taken van het dagelijks leven) maar zal op den duur resulteren in eenverslechtering van de aangedane ledemaat5, 6. Dit wordt ‘Learned Non-Use’ genoemd. Hierbij geldt de welbekende uitspraak “If you don’t use it, you lose it”. Door de verminderde functie van de aangedane ledemaat, zal deze minder gebruikt worden en op den duur zal het resulteren in spieratrofie in het desbetreffende ledemaat.

Gelukkig is spieratrofie zowel te voorkomen als te genezen, waar voorkomen natuurlijk beter is dan genezen. De sleutel tot het genezings- en voorkomingsproces is beweging1, 3, 7! Zowel actieve als passieve beweging is bevorderlijk om spieratrofie tegen te gaan. Om revalidanten op een juiste manier te kunnen laten bewegen zijn meerdere innovatieve producten  ontwikkeld, zoals de SaeboGlove, SaeboFlex, en SaeboMAS (mini); Deze producten zijn bij ons te verkrijgen. Ookkan de combinatie van elektrische stimulatie (zoals vekregen wordt bij de Saebo Myotrac Infinity) en de SaeboGlove een nog positiever effect hebben op de revalidatie, zoals beschreven in een eerdere blog (Positief effect Saebo Glove in combinatie met elektrische stimulatie, gepost op 16 januari 2018). Zie ook de publicatie Franck, J. A. (2018)8

Kortom, spieratrofie is een verslechtering van de spieren die voorkomen zou kunnen en moeten worden.

 


Mochten er nog vragen zijn of wilt u meer informatie over de genoemde producten, laat het ons weten.

 

Referenties:

  1. Theilen, N. T., Kunkel, G. H., Tyagi, S. C. (2017). The Role of Exercise and TFAM in Preventing Skeletal Muscle Atrophy. J Cell Physiol, 232(9), 2348-2358.
  2. Billinger, S. A., Arena, R., Bernhardt, J., Eng, J. J., Franklin, B. A., Johnson, C. M., MacKay-Lyons, M., Macko, R. F., Mead, G. E., Roth, E. J., Shaugnessy, M., Tang, A. (2014). Physical activity and exercise recommendations for stroke survivors: a statement for healthcare professionals from the American Heart/Association/American Stroke Association. Stroke, 45(8), 2532-53.
  3. Marzetti, E., Lawler, J. M., Hiona, A., Manini, T., Seo, A. Y., Leeuwenburgh, C. (2008). Modulation of age-induced apoptotic signaling and cellular remodeling by exercise and calorie restriction in skeletal muscle. Free Radic Biol Med, 44(2), 160-8.
  4. Veerbeek, J. M., van Wegen, E. E. H., van Peppen, R. P. S., Hendriks, H. J. M., Rietberg, M. B., van der Wees, J., Heijblom, K., Goos, A. A. G., Hanssen, W. O., Harmeling-van der Wel, B. C., de Jong, L. D., Kamphuis, J. F., Noom, M. M., van der Schaft, R., Smeets, C. J., Vluggen, T. P. M. M., Vijsma, D. R. B., Vollmar, C. M., Kwakkel, G. (2014). KNGF-richtlijn Beroerte: Praktrijkrichtlijn. Amersfoort, Nederland.
  5. Wolf, S. L., Lecraw, D. E., Barton, L. A., Jann, B. B. (1989). Forced use of hemiplegic upper extremities to reverse the effect of learned nonuse among chronic stroke and head-injured patients. Exp Neurol, 104(2), 125-32.
  6. André, J. M., Didier, J. P., Paysant, J. (2004). “Functional motor amnesia” in stroke (1904) and “learned non-use phenomenon” (1966). J Rehabil Med, 36(3), 138-40
  7. Marzetti, E., Calvani, R., Tosato, M., Cesari, M., Di Bari, M., Cherubini, A., Broccatelli, M., Savera, G., D’Elia, M., Pahor, M., Bernabei, R., Landi, F. (2017). Physical activity and exercise as countermeasures to physical frailty and sarcopenia. Aging Clin Exp Res, 29(1), 35-42.
  8. Franck, J. A., Smeets, R. J. E. M., Seelen, H. A. M. (2018). Evaluation of a functional hand orthosis combined with electrical stimulation adjunct to arm-handrehabilitation in subacute stroke patients with a severely to moderately affected hand function. Disabil Rehabil, 9, 1-9.